Advies – Voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de regels voor de bezoldiging, de kosten en de buitengewone ambtsverrichtingen van de bewindvoerders

15/12/2021

Op 28 oktober 2021 heeft de minister van Justitie aan de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ) gevraagd een advies uit te brengen over een voorontwerp van koninklijk besluit van 4 artikelen tot vaststelling van regels voor de bezoldiging, de kosten en de buitengewone ambtsverrichtingen van bewindvoerders.

Het verslag aan de Koning van dit voorontwerp van koninklijk besluit werd niet meegedeeld.

Dit voorontwerp stelt de regels vast voor de bezoldiging, de kosten en de buitengewone ambtsverrichtingen van bewindvoerders, met toepassing van artikel 497/5 van het Burgerlijk Wetboek. Omdat er geen koninklijk besluit is, verwijst de vrederechter naar dat artikel om de bezoldiging, de kosten of de buitengewone ambtsverrichtingen van bewindvoerders vast te leggen. Enerzijds beschikken de vrederechters over een advies dat de HRJ op 21 april 2010 heeft uitgebracht over de vergoeding van de voorlopige bewindvoerders.

Ze kunnen het verslag als gids gebruiken. Anderzijds hebben de meeste arrondissementen richtlijnen uitgevaardigd ten einde:
1) De uniformiteit te verhogen.
2) De bewindvoering betaalbaar te houden voor de beschermde persoon en een correcte vergoeding te
voorzien voor de prestaties van de bewindvoerder.
3) De controle van de vergoedingsstaten beheersbaar te houden voor de vredegerechten.
4) Waar mogelijk, de bewindvoerder aan te zetten tot efficiënt optreden.

Deze vergoedingsrichtlijnen blijken in de praktijk houvast te bieden aan de lokale vredegerechten. Daar waar ze in voege zijn, worden geen noemenswaardige problemen meer ervaren met de begroting en beoordeling van de ereloonstaten.

Die richtlijnen bepalen op een eenduidige manier de vergoedingen die een bewindvoerder kan krijgen. Arrondissementele richtlijnen gaan willekeur tegen en zijn helder voor zowel de bewindvoerder als de beschermde persoon.

Deze richtlijnen hebben evenwel geen wettelijke verankering en verschillen op bepaalde punten van elkaar.
Bovendien hebben sommige arrondissementen geen vergoedingsrichtlijn opgesteld. De vergoedingen van een bewindvoerder die actief is in verschillende arrondissementen kunnen dus verschillen naargelang het arrondissement. Vandaar dat het een verdienste kan zijn van het KB om nationale uniformiteit te brengen en een afdwingbaar kader te voorzien.

De HRJ heeft in 2019 een audit “Het toezicht op de bewindvoeringen door de vredegerechten” gepubliceerd. In het verslag van die audit werd onder andere aanbevolen4 om het koninklijk besluit waarin artikel 497/5 van het Burgerlijk Wetboek voorziet, aan te nemen. De HRJ is tevreden met het initiatief van dit voorontwerp.

Er moet evenwel worden nagegaan of de bepalingen van het voorontwerp de vier hoger aangehaalde doelstellingen bereiken (uniformiteit, betaalbaarheid, beheersbaarheid van het toezicht, efficiëntieverhoging).

Het advies steunt op artikel 259bis12, §1, van het Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt dat de VAOC adviezen en voorstellen voorbereidt over:
1. de algemene werking van de rechterlijke orde.
2. de wetsvoorstellen en -ontwerpen die een weerslag hebben op de algemene werking van de rechterlijke
orde.
3. de aanwending van de beschikbare middelen.

Volledig advies en bron : Hoge Raad voor de Justitie – Advies goedgekeurd door de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie op 15 december 2021

Gerelateerde opleidingen

Op 31.03.2022 zal Dhr. Kristiaan Rotthier een uitgebreide update en stand van zaken geven in de materie van de bescherming van de wilsonbekwamen tijdens het seminarie “Bewind anno 2022“.

Nieuws per domein

Meest gelezen

Let's connect