Bestuurder vs. Curator

23/02/2022

Wie draagt de bewijslast van de grootte van de onderneming bij de kennelijke grove fout bij faillissement?

Artikel XX.225 WER bepaalt dat bij een faillissement van een onderneming waarbij de schulden de baten overtreffen, de huidige of voormalige bestuurders, zaakvoerders, dagelijkse bestuurders, leden van een directieraad of van een raad van toezicht, alsook feitelijke bestuurders hoofdelijk aansprakelijk kunnen gesteld worden voor het geheel of een deel van de schulden van de onderneming ten belope van het tekort.

Dit indien zou komen vast te staan dat een door hen begane kennelijke grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement. Het blijft in beginsel een individuele aansprakelijkheid, maar de mogelijkheid tot veroordeling tot hoofdelijkheid is voorhanden.

De wet (XX.225, §2 WER) voorziet wel een uitzondering voor de bestuurders van zgn. “kleine ondernemingen”. Een “kleine onderneming” is een onderneming die gedurende de drie boekjaren vóór het faillissement of, indien de onderneming sinds minder dan drie jaar werd opgericht, alle boekjaren voor het faillissement een gemiddelde omzet had van minder dan 620.000 € (excl. btw) en een balanstotaal van niet hoger dan 370.000 € bij het einde van het laatste boekjaar.

Belangrijke vraag is op wie de bewijslast rust van deze uitzondering.

In een recent arrest (2 december 2021) bevestigde het Hof van Cassatie dat het de bestuurder toekomt om aan te tonen of hij onder deze uitzondering valt.

Volledig artikel en bron : Caluwaerts Uytterhoeven

Gerelateerde opleidingen

Nieuws per domein

Meest gelezen

Let's connect